Bamboe heeft de laatste jaren sterk aan populariteit gewonnen in particuliere tuinen. De halm, het rizoom en de bladeren samen bepalen de groeivorm van de plant en de toepassingsmogelijkheden in de tuin. Bij ons worden de bamboes tot 10 meter hoog, maar de kleinste bamboes blijven lager dan 80 centimeter. Deze variatie in hoogte, gecombineerd met variatie in groeivormnen bepalen de toepassingsmogelijkheden van bamboe als sierplant. De bamboes kunnen gebruikt worden als solitair, voor hagen en afscheidingen, voor vakbeplanting, bodembedekking of onderbegroeiing, maar ook als potplant. Bamboe laat zich goed combineren met diverse andere planten, zoals éénjarigen, vaste planten, heesters of bomen. De meeste soorten bamboeplanten zijn zeer winterhard en wintergroen. Veel soorten houden van een zonnige standplaats, maar er zijn er ook die liever in de schaduw of halfschaduw staan. Er is bijna geen plant zo gemakkelijk als bamboe. Bijna iedere grondsoort wordt geaccepteerd en met een beetje oude paardenmest groeien bamboeplanten binnen de kortste keren zeer snel. De grond moet wel vocht vast kunnen houden, maar mag niet kletsnat zijn. Het is een milieuvriendelijke plant. Er hoeft geen vergif gebruikt te worden om de planten te beschermen tegen ongedierte. Iedere tuin is geschikt voor het planten van één of meerdere bamboes. Er zijn soorten die aan het "wandelen" kunnen slaan. Als u voldoende ruimte heeft, kunt u zo'n plant laten wandelen of tot een bos laten ontwikkelen, maar anders moeten er voorzorgsmaatregelen genomen worden. U kunt bijvoorbeeld een oude speciekuip van zijn boden ontdoen, die ingraven en daarin de bamboe planten. De bamboe wortelt tot ongeveer 60 centimeter diepte. De hoogte van de wortelbegrenzer moet ongeveer die hoogte (diepte) hebben. Soms wordt bij bamboe snoeien de onderste zijtakken weggenomen om een meer open effect te krijgen en om de mooie stengels beter te kunnen zien. Op die plaatsen komt geen nieuwe zijtak terug. Een bamboe heeft geen (slapende) knoppen als heesters en bomen. In de winter kunnen lelijke of oude stengels worden gesnoeid. Het snoeien kan de groei van nieuwe scheuten stimuleren. Snoei nooit meer dan 25% van de stengels weg. Halmen die in het najaar opkomen, kunnen weggenomen worden. Deze zijn meestal van mindere kwaliteit. In het voorjaar kunnen jonge spruiten van ongeveer een halve meter hoogte worden gesnoeid. |